Dare to walk a different road... - UNIEK
Autisme Spectrum Stoornis
Autisme komt van het Griekse woord 'autos' dat 'zelf' betekent. Autos verwijst naar de in zichzelf gekeerde indruk die mensen met autisme soms maken. De NVA bedoelt met autisme de verschillende aandoeningen binnen het autismespectrum.
 
Met autisme of autistische stoornissen worden vaak ook andere termen gebruikt, zoals klassiek autisme, de stoornis van Asperger, pervasieve en atypische  ontwikkelingsstoornissen, het Multiplex Development Disorder of High Functioning Autism. Deze termen beschrijven elk een aandoening die behoort tot de autistische stoornissen. In het Engels spreekt men van Pervasive Development Disorder (PDD).Uit de naam van de stoornis blijkt niet of het gaat om een lichte of een zwaardere vorm van autisme. Alle mensen met autisme ervaren ieder voor zich hun eigen beperkingen en problemen. Soms ervaart alleen de omgeving dat iemand anders is.
 
Autistische stoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR, een systeem dat wereldwijd gebruikt wordt. Binnen deze criteria worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden:
* (klassiek) autisme
* stoornis van Asperger
* PDD-NOS
* RETT-syndroom
* Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd
 
(klassiek) autisme
De autistische stoornis wordt ook klassiek autisme, kernautisme of Kannersyndroom genoemd. Leo Kanner was een Oostenrijkse kinderpsychiater die in Amerika werkte en als een van de eersten in 1943 autisme beschreef als een apart syndroom. Hij gaf het de naam early infantile autisme, ofwel vroeg kinderlijk autisme. Het duurde daarna nog zeker dertig jaar voordat autisme opgenomen werd in de officiële classificatiesystemen. Volgens de DSM-IV-TR is er sprake van een autistische stoornis als iemand voldoet aan drie criteria:
 
- kwalitatieve beperkingen in sociale interactieduidelijke stoornissen in het gebruik van verschillende vormen van non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshouding en gebaren om de sociale interactie te bepalen; er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen die passen bij het ontwikkelingsniveau; tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn); afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid
 
- kwalitatieve beperkingen in verbale en non-verbale communicatie achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van de gesproken taal (niet samengaand met een poging tot compensatie met alternatieve communicatiemiddelen, zoals gebaren of mimiek); bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden; stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik; afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel (doen-als-of-spelletjes) of sociaal imiterend spel (nadoen-spelletjes) passend bij het ontwikkelingsniveau
 
- beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag,belangstelling en activiteiten waarbij sprake is van een stoornis in de verbeeldingsterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is in intensiteit of richting; duidelijk rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines ofrituelen; stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen (bijvoorbeeld fladderen, draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam); aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen
 
Syndroom van Asperger
Mensen met destoornis van Asperger hebben net als mensen met klassiek autisme problemen met sociale interactie. Ze vertonen beperkte patronen van gedrag, een beperkte belangstelling en een beperkt patroon van activiteiten. Het verschil is de spraakontwikkeling. Mensen met de stoornis van Asperger hebben een normale spraakontwikkeling. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen communicatieproblemenhebben. Vooral met de meer subtiele sociale aspecten van communicatie hebben ze problemen. Mensen met de stoornis vanAsperger hebben een normale of hoognormale intelligentie..
Zo kan een vierjarige met de stoornis van Asperger woorden gebruiken die niet bij een normale ontwikkeling horen waardoor hij erg wijs kan klinken. Er wordt dan vaak aangenomen dat het kind ook op andere gebieden vaardigheden heeft die goed ontwikkeld zijn. Dit is niet altijd het geval. Daar komt bij dat er voor een goed sprekend kind met een vorm van autisme geen vanzelfsprekend verband is tussen enerzijds wat iemand zegt te weten en te kunnen en anderzijds wat iemand doet en kan.
 
PDD - NOS
PDD - NOS is een stoornis in het autistisch spectrum. PDD NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified (vertaald: Pervasieve Ontwikkelingsstoornis - Niet Anders omschreven)
Deze stoornis betreft een informatieverwerking stoornis die doordringt in alle gebieden van ontwikkeling. Personen met PDD-NOS hebben geen idee van wat er in de wereld om hun heen gebeurd en kunnen zich niet inleven in de gevoelens van een ander.
PDD-NOS is in feite een restcategorie en wordt daarom wel de verlegenheidsdiagnose genoemd. Hiermee wordt bedoeld dat er nog geen duidelijke uitspraak gedaan kan worden of de persoon beantwoordt aan de criteria van een van de andere pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Dat kan komen omdat men niet over voldoende informatie beschikt of omdat er geen informatie over de kinderjaren meer beschikbaar is.
Volgens de DSM-IV-TR moet er nu ten minste sprake zijn van tekortkomingen in de sociale interactie naast tekortkomingen in de communicatieve vaardigheden of de aanwezigheid van stereotiepe gedragingen, interesses of activiteiten.
 
Rett-syndroom en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd(MCDD)
Het Rett-syndroom en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd zijn eigenlijk buitenbeentjes in deze opsomming van vormen van autisme.Deze stoornissen zijn namelijk neurologische aandoeningen waarbij sprake is van een kink in een aanvankelijk normaal verlopende ontwikkeling. De prognose is ongunstig; beide stoornissen zijn zeldzaam. Bij het Rett-syndroom treedt vijf tot dertig maanden na de geboorte een verlies van vaardigheden op. Bij de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd (ook wel het Heller-syndroom genoemd) treedt dit verlies pas na het tweede jaar op. Beide syndromen gaan gepaard met motorische stoornissen. Het Rett-syndroom is alleen nog maar beschreven bij meisjes.
 
De terugval in vaardigheden is zodanig dat de aandoening een sterk op autisme lijkend beeld geeft. De hulpverlening aan mensen met het Rett-syndroom en aan mensen met de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd is echter anders dan aan mensen met autisme.